Waarom thuis blijven als je ook naar buiten kan? Ik trok de veters van mijn loopschoenen stevig aan en staarde terwijl naar de tip waar een kluitje droge modder lag. Ik bewoog minzaam naar buiten en schudde op het voetpad mijn enkels los. Pardoes viel daar het kluitje.
Eindelijk kon ik lopen zonder onnodige belast. Wie niet weg was, was gezien en even was ik daadwerkelijk onzichtbaar. Je kon enkel nog een vage reflectie van mijn lijf zien in het portier van een glimmende wagen.
Ik maakte een heuse vaart waardoor de wind onder mijn t-shirt kroop. Paniekerig woelde het onder een synthetische stukje stof. Ik liet het allemaal betijen en sloeg een hoek om waar een windstil landschap voor me lag. Daar kroop de windhoos schaamteloos onder mijn kleren vandaan.
Ik nam slordige passen en betrapte mijn ademhaling op onregelmatigheden. Mijn longen zette uit en kietelde de binnenkant van mijn lijf. Zo ontsnapte er kleine kuchjes waarvoor ik me niet excuseerde.
In het charmante parkje Heuvelhof begaf ik me op Finse piste en veerde vanaf de eerste meters lichtjes op. Ik was er niet alleen.
Drie verdwaalde jongeren gaven elkaar gemeende plaagstoten met behulp van een paar aftandse bokshandschoenen. Beurtelings schoven ze het kunstleer over hun hand en startte vervolgens een kleinschalig strijdkamp waarbij de ene mocht uithalen en de ander ontwijken of incasseren. De derde speelde voor scheidsrechter, maar al snel was duidelijk dat hij niet op de hoogte was van de spelregels. Ze lachten, krompen ineen en lachten erna weer, hetzij met telkens minder intensiteit. Ik vertraagde mijn pas, zodat ik er aandachtig naar kon kijken.
Op korte tijd was alle vreugde uit hun spel verdwenen. Je kon enkel nog het weinig amusante geluid horen van een bokshandschoen die ondoordacht op een lichaam landde. De strijd leek voorbij. Toen ze me in het oog kregen, versnelde ik als een gazelle.