top of page

De dag #3

Ik werd wakker in een bed dat niet het mijne was. Er viel een klein streep licht binnen. Ik hoorde gemompel van buitenaf, gerommel in een handtas en een zacht wegsluipende auto. Ik bracht alle details samen en kwam tot de vaststelling dat de kamer aan de straatkant lag. Het dekbed was versierd met Engelse begrippen als dream en sleep. Ik ging met weinig enthousiasme op zoek naar andere woorden, maar een akelige duisternis had de ganse ruimte in beslag genomen. Was ik in paniek? Nee, ik wist heel goed hoe ik terecht kwam. Ik herinnerde met veel helderheid de avond ervoor.


We keken samen aandachtig naar allerhande bieretiketten en deelden na elk proefronde onze bevindingen. We goochelden met begrippen. Ik hoorde M. oreren over afdronk, substantie en textuur. N. en ik keken naar elkaar en nipten vervolgens met veel overgave aan ons glas. Daarna knikten we bevestigend in de richting van M. "Het klopt wat jij daar zegt." Wie dat zei, herinner ik me niet meer. Maakt dat uit als het klopt? Niemand hoeft van ons gelijk te krijgen.

Later op de avond bleven we morsen met analyses. We vielen in herhaling en keken verzadigd hoe het schuim voorspelbaar in elkaar zakte. Het deed me denken aan de muts van een Smurf, maar zoiets durfde ik niet luidop te zeggen. Het leek alsof M. deze gedachten had opgevangen, want kort erna stak een demonisch gegiechel op vanuit zijn keel. Terwijl speelde N. aldoor met een kroonkurk. Even leek het alsof hij de kroon op zijn kruin zou leggen.

Hierna begon het te waaien in mijn hoofd. Mijn zinnen verloren hun structuur en struikelden over elkaar. Mijn woorden zochten hun weg in een doolhof dat ik zelf had gebouwd. Vervolgens voelde ik mijn oogleden verzwaren. Ik werd onherkenbaar en hoorde nog hoe een holle stem mijn naam bleef herhalen. Ze tilden mij op. Mijn voeten sleepten over de koude tegelvloer.




bottom of page